Praktijk 

Voertuig beheersing
is een techniek die de cursist moet beheersen,
wil hij veilig motor rijden.
De cursist moet twaalf oefeningen goed beheersen,
waarvan er zeven op het examen gedaan moeten worden.
De twaalf oefeningen zijn opgedeeld in vier clusters:
1e . Lopen met de motor en gebruik van de standaard (deze is verplicht);
2e. Verrichtingen bij lage snelheid (vijf oefeningen).
3e. Verrichtingen bij hogere snelheid (drie oefeningen);
4e. Rem oefeningen (drie oefeningen).
De keuze wordt overigens door de examinator bepaald.